Edward-Wells Cartografisch Antiquariaat
Welkom bij Edward Wells cartografisch antiquariaat
Cartografisch Antiquariaat                     
Meetwiel
 
Laatste catalogus update:
22-05-2013
Voor een overzicht van recente aanwinsten kunt u hier kijken

De collectie van Edward Wells BV omhelst een groot aantal gravures uit de periode tussen 1500 en 1800 en omvat daarmee de Gouden Eeuw, de hoogtijperiode van de Nederlandse cartografie.  Daar waar voor de 80-jarige oorlog Antwerpen het centrum van de cartografie was, verschoof deze functie gedurende deze oorlog naar Amsterdam. Zowel Vlamingen als “Noord” Nederlanders speelden een toonaangevende rol in het vervaardigen en uitgeven van atlassen en kaarten.

Zonder uitputtend te zijn volgt hieronder een overzicht van een aantal belangrijke cartografen en uitgevers van “de Nederlanden” uit de 16e tot en met de 18e eeuw. Een groot deel van onze bijzondere collectie is afkomstig van deze cartografen.

Cartografen uit de 16e eeuw:

Jacob van Deventer

Jacob Roelofs van Deventer (Kampen, ca. 1500/1505 - Keulen, 1575) was een Nederlandse cartograaf.

Over Jacob Roelofs van Deventer zijn bijzonder weinig biografische gegevens bekend. Hij duikt in de bronnen op wanneer hij zich op 24 april 1520 als Jacobus de Daventria inschrijft aan de Leuvense universiteit. Zijn geboorte wordt dan ook traditioneel omstreeks 1500/1505 gesitueerd. Ondanks zijn naam is Jacob waarschijnlijk niet in Deventer geboren, maar wel in het eveneens in Overijssel gelegen Kampen. Zijn ongehuwde moeder trouwt omstreeks 1510 met Roelof, een inwoner van Deventer, de stad waar Jacob dan zijn verdere jeugd doorbrengt.

In Leuven gaat Van Deventers belangstelling oorspronkelijk uit naar de geneeskunde en de wiskunde, maar later heroriënteert hij zich naar de landmeetkunde en de cartografie. Dit resulteert in 1536 in een kaart van Brabant, de eerste gedrukte kaart binnen de Nederlanden. Tot 1545 volgen nog kaarten van de gewesten Holland, Gelre, Friesland en Zeeland. Daarvoor maakt Van Deventer als een der eersten gebruik van driehoeksmeting. Gemma Frisius, tijd- en geestesgenoot van Van Deventer, zet de theorie van deze werkwijze in 1533 uiteen in zijn Libellus de locorum describendorum ratione.

Deze gewestkaarten zijn het begin van een indrukwekkend oeuvre als kaartenmaker. De titel van keizerlijk geograaf die Van Deventer omstreeks 1540 krijgt, wordt na de abdicatie van keizer Karel V in 1555 omgezet in die van koninklijk geograaf. Het is in die functie dat Jacob van Deventer in 1558 van Filips II een opdracht krijgt, die zal uitgroeien tot zijn levenswerk: de kartering van alle steden van de toenmalige Nederlanden. Het opzet van deze opdracht is van militair-strategische aard. De stadsplattegronden van Van Deventer worden dan ook niet gedrukt. Zij zullen integendeel in de vergetelheid raken en pas in de tweede helft van de 19de eeuw terug opduiken.

Van Deventer werkt aan deze monumentale opdracht tot zijn dood in 1575. Hij doet dit vanuit zijn thuisbasis Mechelen, waarheen hij intussen verhuisd is. In 1572 verlaat hij deze stad en wijkt uit naar Keulen, op de vlucht voor de onzekere en onveilige situatie door de anti-Spaanse opstand binnen de Nederlanden. In vijftien jaar maakt Van Deventer een 250 à 260 stadsplattegronden over een gebied dat zich uitstrekt van Friesland en Groningen tot het huidige Noord-Frankrijk, van de Noordzee tot het uiterste westen van Duitsland en het Groot-Hertogdom Luxemburg. Allemaal volgens een vergelijkbare schaal (circa 1:8.000), eenzelfde oriëntatie (het noorden naar boven) en met een verbluffende graad van correctheid.

Van de gekarteerde steden zijn minstens drie versies gemaakt, maar daarom niet allemaal bewaard.

  • De zogenaamde minuut is geen "kladversie", maar een "eerste versie". Gemaakt aan de hand van topografische en andere gegevens, die tijdens de veldopname werden opgetekend. Tekst in het Nederlands. Van deze minuten doken 152 plattegronden op in 1859. Zij zijn voor wat Nederland betreft grotendeels bewaard in provinciale depots. De plattegronden van België, Luxemburg, Noord-Frankrijk én de de Nederlandse provincie Noord-Brabant raakten in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel. De in Middelburg (Zeeland) bewaarde exemplaren werden vernietigd in de meidagen van 1940 en zijn enkel in kopie bewaard.
  • De netkaart sensu stricto omvat een hoofdkaart (vaak ook aangeduid als netkaart) en een bijkaart, naast elkaar weergegeven. De hoofdkaart is een "nette" versie van de minuut, met de tekst in het Latijn.
  • De bijkaart geeft enkel de stad zelf weer, in tegenstelling tot minuut en netkaart die ook de (ruime) omgeving van de stad geven. Op de bijkaart zijn alleen de stadsvesten en stadsgrachten, de voornaamste gebouwen en de straten weergegeven. Soms zijn de gebouwen benoemd met een Latijnse benaming.
De netkaarten zijn als atlas bewaard in de Biblioteca Nacional te Madrid. Eén van de drie banden is evenwel verloren. Er resten nog 179 kaarten. Zo komt met in totaal aan 222 bewaarde stadsplattegronden (als minuut en/of netkaart).

Gerard Mercator

Gerardus Mercator (Rupelmundanus) (Nederlandse naam: Gerard de Kremer of de Cremer; Mercator is de Latijnse vertaling van De Kremer, eigenlijke naam van de familie) (Rupelmonde, 5 maart 1512 – Duisburg, 2 december 1594) was een Vlaams cartograaf, instrumentenmaker en graveur, die al tijdens zijn leven als de 'Ptolemaeus van zijn tijd' beschouwd werd. Zijn ouders waren Rijnlanders uit de stad Gangelt in het hertogdom Gulik.

Mercator zag zichzelf veel meer als een wetenschappelijk kosmograaf, dan als iemand die met het maken en verkopen van kaarten zijn brood moest verdienen. Zijn productie was niet erg uitgebreid. We kennen van hem een globepaar, een vijftal wandkaarten en een onvoltooide kosmografie. Hiernaast introduceerde hij het woord Atlas. Dit woord omvatte destijds alle kaarten van de kosmos; dus van zowel het heelal als de aarde.

De voorbeeldfunctie die deze producten hadden voor de latere commerciele kaartmakers in de Nederlanden is dermate groot, dat we er maar aan voorbij moeten gaan dat het merendeel ervan niet in de Nederlanden, maar in de Duitse Rijnstad Duisburg vervaardigd is. Het Mercatormuseum in Sint-Niklaas toont de geschiedenis van de cartografie voor, tijdens en na Mercator. Het bezit tevens een indrukwekkende collectie aan kaarten, globes en atlassen van zijn hand.

Gerardus Mercator is in 1512 geboren in het Oost-Vlaamse Rupelmonde ten zuidwesten van Antwerpen als Gerard De Kremer. Zijn jeugd bracht hij in Gangelt (Duitsland) door waar zijn vader schoenmaker was. Hij ging daar ook naar de latijnschool. Zijn vervolgopleiding kreeg hij bij de beroemde humanist Macropedius van de 'Broeders des Gemenen Levens' in 's-Hertogenbosch, waarna hij aan de Katholieke Universiteit Leuven studeerde. Inmiddels had hij zich bekwaamd in de graveerkunst. Daarin was hij zo ervaren dat de instrumentmaker Gaspard van der Heyden hem geheel of gedeeltelijk de koperplaten voor de nieuwe aard- en hemelglobe van Gemma Frisius liet graveren. Deze beide werken, die omstreeks 1537 verschenen, zijn de oudst bekende van Mercator.

Spoedig na dit werk 'in dienstverband' bij zijn leermeester, publiceerde Mercator zelfstandig kort na elkaar een wandkaart van het Heilige Land, Amplissima Terrae Sanctae Descriptio (6 bladen, 1537), een kleine wereldkaart in hartvormige projectie, Orbis Imago (1538), en een wandkaart van Vlaanderen Exactissima Flandriae Descriptio (9 bladen, 1540); in dat laatste jaar publiceerde hij bovendien een boek over het cursieve schrift, Literarum latinarum, quas italicas, cursoriasque vocant, scribendarum ratio, dat bestaat uit 52 bladen in houtsnede.

Mercator was de eerste die het cursieve schrift 'italic' op landkaarten toepaste. Dit verfraaide het kaartbeeld zodanig, dat het tot in de 19e eeuw gebruikelijk is gebleven plaatsnamen op kaarten cursief te schrijven.

In 1541 volgt een aardglobe. Dan horen we een tijdje niets van hem op cartografisch gebied. Mercator had problemen met de overheid en werd onder meer beschuldigd van ketterij. Hij is toen naar Duisburg gevlucht omdat het uitzicht op de brandstapel niet al te verlokkend was, hier stond hij onder de bescherming van de overheid. Eerst in 1551 volgt een nieuwe uitgave, een hemelglobe als partner bij de aardglobe.
   
Uit de Duisburgse periode kennen we slechts drie wandkaarten:

  • Europæ descriptio, de wandkaart van Europa uit 1554 in 15 bladen (159 x 132 cm). Met het verschijnen van deze kaart werd het reeds lang achterhaalde Ptolemaeische kaartbeeld op verregaande wijze verbeterd. De onderlinge positie van de Europese landen is voor het eerst op juiste wijze weergegeven. Anderhalve eeuw lang zou Mercators kaart van Europa een voorbeeld blijven.
  • Angliæ, Scotiæ et Hiberni æ nova descriptio, een wandkaart van de Britse eilanden in acht bladen uit 1564.
  • Nova et aucta orbis terræ descriptio ad usum navigantium emendate accommodata, 1569, de grote wandkaart van de wereld in 21 bladen met een totaalformaat van 134 x 212 cm.

Deze laatste kaart kan met recht Mercators meesterwerk worden genoemd. Het is een van de eerste kaarten waar een projectie van het wereldbeeld is toegepast zonder hoekvervorming.

Wat is het geval? Het is onmogelijk om het bolvormige oppervlak van de aarde op een plat vlak af te beelden, te projecteren, zonder dat er vervormingen optreden.

Op vier manieren kan het kaartbeeld vervormd zijn: wat betreft oppervlakte, vorm, hoek en afstand. Een kaart kan slechts een van deze eigenschappen tegelijk correct afbeelden. Als bijvoorbeeld een kaart oppervlaktegetrouw is, betekent dat dat alle oppervlakten op de kaart dezelfde verhouding hebben met de werkelijkheid. De vormen en afstanden kunnen dan niet overeenkomstig de werkelijkheid zijn.

Mercator wilde zijn kaart geschikt maken voor de zeevaart. Het was daarom belangrijk dat de kompasrichtingen op de kaart met de werkelijkheid overeenstemden, er moest dus gebruikgemaakt worden van een hoekgetrouwe projectie. Het grootste nadeel van zo'n projectie is dat er naar de polen toe enorme vergrotingen optreden. Hoe dichter je bij de polen komt, hoe groter de schaal. De polen zelf kunnen niet eens worden afgebeeld.

Tegenwoordig wordt wel beweerd dat Mercator deze projectie koos, omdat Europa op grotere schaal is afgebeeld dan de landen rond de evenaar. Dit is echter onzin. Hoewel hij de projectie niet zelf bedacht heeft, heeft hij er met zijn kaart wel voor gezorgd dat hij steeds meer werd toegepast. Deze wijze van afbeelden van het wereldbeeld noemen we dan ook Mercatorprojectie.

Na de uitgave van deze wandkaart legde Mercator zich meer en meer toe op de samenstelling van een kosmografie. Mercators plannen waren groots: een reusachtig kosmografisch werk over de schepping en over de oorsprong en geschiedenis van het geschapene.

De eerste ideeen daarvoor schreef hij in 1569 in de inleiding tot zijn Chronologia. De kosmografie zou gaan bestaan uit vijf delen:

  1. De schepping van de wereld. Tekst postuum gepubliceerd als inleiding op de Atlas (1595).
  2. Beschrijving van de hemel. Nooit verschenen.
  3. Beschrijving van de landen en zeeen in drie gedeeltes:
    1. moderne geografie. De Atlas, onvoltooid, zie hierna ;
    2. Ptolemaeus' kaarten. Gepubliceerd in 1578 ;
    3. antieke geografie. Niet gerealiseerd.
  4. Genealogie en politieke geschiedenis. Alleen verschenen in de vorm van de teksten bij de kaarten in de Atlas.
  5. Chronologie. Gepubliceerd in 1569.

Mercators noodlot was echter zijn wetenschappelijke instelling. Hij stelde publicatie uit in de hoop dat er nieuwe informatie zou komen. Het cartografisch gedeelte van zijn kosmografie is slechts voor ongeveer de helft gerealiseerd.

Als eerste kwam zijn Ptolemaeus-uitgave uit 1578 gereed. Mercator beschouwde deze uitgave enkel en alleen als een weergave van de wereld naar de ideeen van de klassieke schrijvers. De 28 Ptolemaeische kaarten zijn nooit in een andere atlas geincorporeerd – hoewel ze nog in 1730 opnieuw werden uitgegeven.

Eerst in 1585, vijftien jaar na de uitgave van het Theatrum, kwam Mercator met een onvoltooide uitgave van zijn 'moderne geografie'.

Het kaartboek bevat 51 kaarten: 16 van Frankrijk, 9 van de Nederlanden en 26 van Duitsland. Van deze landen had hij de meest betrouwbare beschrijvingen in zijn bezit. Elk onderdeel heeft een eigen titelpagina: Galliae Tabulae Geographicae, Belgii Inferioris Geographicae Tabulae en Germaniae tabulae geographicae. Het geheel had nog geen titel.

In 1589 volgden 22 kaarten van Zuidoost-Europa, Italiae, Sclavoniae et Graeciae tabulae geographicae. Mercator heeft geen kans gezien zijn Tabulae Geographicae uit te breiden tot een echte wereldatlas van zo'n 120 kaarten zoals hij gedacht had.

Een jaar na Gerards dood publiceerde zijn zoon Rumold Mercator een aanvulling met 34 kaarten. Hierin bevinden zich 29 door Gerardus Mercator gegraveerde kaarten van de ontbrekende delen van Europa (IJsland, de Britse Eilanden en de Noord- en Oost-Europese landen).

Om het geheel snel te kunnen completeren voegde Rumold er zijn eigen wereldkaart uit 1587 aan toe en liet vier kaarten van de continenten van zijn vaders grote wereldkaart uit 1569 kopieren door zijn neven Gerardus Mercator junior en Michael Mercator, zoons van Arnold Mercator. Ook de titelpagina is een noodoplossing: het is de titel van de Ptolemaeus-uitgave van 1578, waarop de nieuwe titel in boekdruk opgeplakt is.

Ook bracht Rumold Mercator een 'complete uitgave' met alle 107 kaarten uit. Feitelijk is deze uitgave niet meer dan een in een band gebonden heruitgave van de vier series Tabulae Geographicae met de nieuwe aanvulling.

Rumolds 'complete uitgave' heeft een eigen titelpagina en voorwerk. De titel is geworden Atlas sive Cosmographicae Meditationes de Fabrica Mundi et Fabrica Figura (Atlas oftewel kosmografische overwegingen over de schepping van de wereld en de vorm van het geschapene).

De keuze van de titel verklaarde Mercator in een inleiding. De naam is niet zoals later veelal aangenomen ontleend aan de Titaan Atlas omdat deze de wereld op zijn schouders droeg, maar omdat hij een groot astronoom en kosmograaf was. Daarmee was Mercator de eerste die het woord 'Atlas' introduceerde voor een verzameling kaarten in boekvorm.

Abraham Ortelius

Abraham Ortelius (Nederlandse naam: Abraham Ortels of Abraham Hortels) (Antwerpen, 4 of 14 april 1527 – aldaar, 28 juni 1598) was een Vlaamse cartograaf en geograaf.

Na Gerardus Mercator was hij de grootste geograaf van zijn tijd, en uitvinder van de moderne atlas. Zijn familie was afkomstig van de Duitse stad Augsburg. Ortelius leerde aanvankelijk onder leiding van zijn oom van Meteren, later door zelfstudie Grieks, Latijn en wiskunde te Antwerpen. Hij begon zijn loopbaan als hulpje: in 1547, op 20-jarige leeftijd, trad hij toe tot de Antwerpse Sint-Lukas gilde als afsetter van karten, inkleurder van kaarten. In het voorwoord van zijn Thesaurus Geographicus (1596) merkte Ortelius op dat de kustlijnen van de continenten zodanig overeen komen dat deze van elkaar gebroken lijken te zijn. Voor zover bekend is hij hiermee de eerste in de geschiedenis geweest die deze observering maakte.

In 1554 zette Abraham Ortelius een handeltje op in boeken en antiquiteiten, en maakte daarvoor vele reizen door West-Europa, zoals onder meer jaarlijkse reizen naar de boeken- en prentenbeurs van Frankfurt. Zeker in het begin was het hoofddoel van deze reizen in hoofdzaak zijn handel. Ortelius reist door Italië (misschien meerdere keren tussen 1550 en 1558, maar zeker in 1578), Frankrijk (1559-1560), door de Zeventien Provinciën en Zuid- en West-Duitsland (1560, 1575-1576), en in Engeland en Ierland).

Ook is een reis bekend die hij maakte in het gezelschap van Mercator in 1560 naar Trier, Lotharingen en Poitiers. Ortelius liet zich bijna zeker door Mercator bewegen tot een meer wetenschappelijke interesse. Mercator zou hem de suggestie hebben gedaan een wereldatlas samen te stellen. In de aanloop daarnaar publiceerde Ortelius in 1564 een achtbladige wereldkaart, die later in verkleind formaat ook in zijn wereldatlas zou opgenomen worden. De enig overgebleven kopie van de afzonderlijke wereldkaart bevindt zich in de universiteitsbibliotheek van Bazel (Zwitserland). Daarop volgde in 1565 nog een kaart van Egypte en in 1567 van Azië.

In 1570, op 20 juni publiceerde hij eindelijk zijn meest invloedrijke werk, de wereldatlas Theatrum Orbis Terrarum, uitgegeven door Gilles Coppens van Diest (Aegidius Coppenius Diesth). Deze atlas bevatte nagenoeg geen eigen kaarten, maar bundelde 53 kaarten van andere meesters met bronvermelding. Voorheen waren enkel bundelingen van ongelijksoortige kaarten uitgebracht, sommige op maat en bestelling. Ortelius echter liet de kaarten voor deze atlas allen in dezelfde stijl en op dezelfde maat op koperplaten graveren, logisch geordend naar continent, streek en staat. Ortelius voorzag de kaarten bovendien van een beschrijvend commentaar en doorverwijzingen op de keerzijde. Zo werd voor het eerst alle West-Europese kennis van de wereld samengebracht in één boek.

Het voornaamste werk van Ortelius bestond dus uit het bijeenzoeken van de beste kaarten, ze te verfijnen, te combineren tot één kaart of juist op te splitsen over meerdere, en ze op dezelfde maat te brengen (folio's van ongeveer 35 x 50 cm). Hij ging echter niet zover ook de naamgeving en plaatscoördinaten gelijk te trekken.

Jodocus Hondius

Jodocus Hondius (ook Judocus Hondius; Nederlandse naam: Joost de Hondt - d'Hondt) (Wakken, 14 oktober 1563 – Amsterdam,12 februari 1612) was een Vlaams cartograaf, actief in Londen en Amsterdam, en vooral bekend als heruitgever van de atlassen van Gerardus Mercator.

Hondius werd geboren in het West-Vlaamse Wakken en bracht zijn jeugd door in Gent. Hij was aanvankelijk graveur, kalligraaf en stempelsnijder. In 1584 vluchtte hij naar Londen om aan de Spaanse Inquisitie te ontsnappen. In 1593 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij bleef wonen tot aan zijn dood op 48-jarige leeftijd. Het huis waar hij woonde, kreeg de naam 'In de Wackere Hondt', verwijzend naar zijn geboorteplaats en zijn familienaam.

Enkele publicaties van hem:

  • Vera totius Expeditionis Nauticae 1595, een wereldkaart die voorgesteld wordt als twee hemisferen.
  • Caert-Thresoor 1598, een atlas in zakformaat.
  • Nieuwe caerte van het wonderbaer ende goudrijcke landt Guiana 1599, een kaart van Nederlands Guiana.
  • Atlas sive cosmographicae meditationes... 1606, een heruitgave van Mercators atlassen, met gegraveerde koperplaten uit de nalatenschap van Gerardus Mercator aangevuld met 36 deels eigen kaarten.

Hondius was verwant aan Pieter van den Berghe (Petrus Montanus), Pieter van den Keere (Petrus Kaerius) en Johannes Janssonius. Na zijn dood werd de uitgeverij voortgezet door zijn zoons Jodocus II († 1629) en Henricus (1597-1651). Tot in de 18e eeuw werden de kaarten van Hondius heruitgegeven, o.a. door Frederik de Wit en de firma Valk & Schenk.

Gerard de Jode

Gerard de Jode (Nijmegen 1509 - Antwerpen 1591) was kartograaf, graveur en uitgever van atlassen. In 1547 werd hij toegelaten tot het Sint-Lucasgilde en begon hij zijn werk als boekverkoper en uitgever. Hij drukte veel werk van andere cartografen zoals de wereldkaart van Gastaldi uit 1555, Jacob van Deventers kaart van Brabant uit 1558, Ortelius' achtbladige wereldkaart uit 1564, en kaarten door Bartholomeus Musinus en Fernando Alvares Seco. Zijn belangrijkste werk Speculum Orbis Terrarum ('Spiegel van de landen der wereld') werd pas gepubliceerd in 1578, acht jaar na de publicatie van zijn concurrent Ortelius' Theatrum, en werd minder goed ontvangen. Tegenwoordig is de eerste uitgave zeer zeldzaam, terwijl een grotere heruitgave die door zijn zoon Cornelis werd gepubliceerd bekender is. Na de dood van Cornelis in 1600 werden de platen verkocht aan J.B. Vrients (die ook de platen van Ortelius bezat), maar het volledige werk werd niet opnieuw gepubliceerd.
Cartografen uit de 17e eeuw:

Willem Janszoon Blaeu

Willem Jansz. Blaeu (Uitgeest of Alkmaar, 1571 - Amsterdam, 1638) was een Nederlandse cartograaf en globemaker.

Willem Jansz. werd geboren als de zoon van een welvarende, doopsgezinde koopman. Hij werkte eerst bij Cornelis Hooft, een haringkoopman in Amsterdam, die getrouwd was met zijn nicht. Willem had meer interesse voor de wetenschap en tussen 1594 en 1596 trok hij naar de Deense astronoom Tycho Brahe, van wie hij instrumenten en globes leerde maken. Terug in Nederland vestigde hij zich eerst in Alkmaar, maar kocht in november 1599 een stuk grond op de Lastage. Vanuit zijn huis had hij iedere dag uitzicht op de schepen en de haven. Hij legde zich toe op het maken van globes en zeekaarten. Eenmaal in goeden doen verhuisde hij naar de Damrak in het pand de vergulde Sonnewijser. Door voortdurend contact bleef hij op de hoogte met de nieuwste bevindingen van de schippers, kapiteins en zeelieden.

De naam Blaeu (in het Latijn: Caesius) is hij pas na 1620 min of meer officieel gaan voeren. Na 1630 kwam zijn eerste atlas uit, met 60 kaarten en tekst in het Duits, Nederlands, Latijn en Frans. In 1633 werd hij aangesteld als kaartmaker van de VOC en als examinator van de VOC-stuurlieden. In 1637 werd het bedrijf verplaatst naar de Bloemgracht. Op 21 oktober 1638 werd hij begraven in de Nieuwe Kerk.

Uitgave

  • Aardglobe (1599)
  • Hemelglobe (1603)
  • Nieuw Graetboeck (1605)
  • Nywe Paskaerte (1606)
  • 't Licht der zeevaert (1608)
  • Tafelen van de declinatie der Sonne (1623)
  • Tafelen van de breedte van de opgang der Sonne (z.j.)
  • Zeespiegel, inhoudende een korte onderwysinghe inde konst der zeevaert, en beschryvinghe der seen en kusten van de oostersche, noordsche, en westersche schipvaert (1624)
  • Pascaarte van alle de zeecusten van Europa (1625)
  • Tweevoudigh onderwijs van de Hemelsche en Aerdsche globen; het een na de meyning van Ptolemævs met een vasten aerdkloot; het ander na de natuerlijcke stelling van N. Copernicus met een loopenden aerdkloot (1634)

Willem Blaeu was niet alleen cartograaf, maar ook uitgever, onder andere van grote namen zoals zijn neef P.C. Hooft, Roemer Visscher, Adriaan Metius, Vondel, Descartes, Snellius, Barlaeus, Hugo de Groot en Vossius.

Joan Blaeu, zijn zoon, zette het bedrijf voort samen met zijn jongere broer Cornelis. Willem, de tweede zoon trouwde met de mooie weduwe van Gillis Claesz. de Hondecoeter en beheerde de lettergieterij en het magazijn op de Bloemgracht.

De atlassen die Willem Blaeu samen met zijn zoon maakte waren in de 17e eeuw de meest gedetailleerde kaarten ooit gemaakt in aantrekkelijke kleuren en fraai uitgegeven. Het bekendste voorbeeld hiervan is de Atlas Maior, afgemaakt in 1665.

In 1670 werd de drukkerij verplaatst naar de Gravenstraat, sinds jaar en dag Blaeuerf geheten. Het pand brandde twee jaar later tot de grond toe af. De schade was aanzienlijk, volgens Jan van der Heyden, die de brand beschreef.

In het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam zijn diverse kaarten tentoongesteld. Ook in het Tresoar te Leeuwarden is een exemplaar te bezichtigen.

Johannes Janssonius

Johannes Janssonius (Jan Jansz.; ook als Ioannis, Io(h)annem; Ianssonii of Ianßonium e.d. vermeld) (Arnhem, 1588 - Amsterdam, juli 1664) was een Nederlandse cartograaf, drukker en uitgever.

Janssonius werd geboren in Arnhem, zijn vader was uitgever. Op jonge leeftijd verhuisde hij naar Amsterdam, het toenmalige centrum van de kunst- en kaartenhandel. In 1612 trouwde hij met Elisabeth Hondius, dochter van Jodocus Hondius. Hij ging werken voor zijn schoonvader en zette na diens dood samen met Henricus Hondius (zoon van) de uitgeverij voort. Deze werd uitgebouwd tot een der grootste van die tijd. Er waren vestigingen in o.a. Berlijn, Frankfort, Genève, Lyon en Stockholm.

Onder Janssonius' leiding werd de Mercator-Hondius Atlas uitgebreid en gepubliceerd als Atlas Novus. Net als zijn tijdgenoten maakte ook Janssonius gebruik van bestaande koperplaten, o.a. die van de Civitates Orbis Terrarum door Braun & Hogenberg uit 1572 en de Description de touts les Pays Bas (Beschrijvinghe van alle de Neder-Landen) door Lodovico Guicciardini - (Cornelis Claesz. editie) uit 1609. Alhoewel Janssonius vaak is beschuldigd van het kopiëren van werk van Willem Blaeu mag opgemerkt worden dat veel kaarten van Janssonius vaak eerder op de markt verschenen.

Na Janssonius' dood werd de firma voortgezet door zijn schoonzoon, Johannes van Waesbergen.

Pieter Goos

Pieter Goos (Amsterdam, 1616 – 1675) was een Nederlands cartograaf, graveur en boekhandelaar, zoon van Abraham Goos (°1590 – †1643), eveneens cartograaf en verkoper-uitgever van kaarten.

In het begin graveerde hij voor Petrus Kaerius, C.J. Visscher, John Speed, Henricus Hondius en Johannes Janssonius.

Zijn eerste –eigen– zeemansgids, De Lichtende Columne ofte Zee-Spiegel verscheen in 1650. Gedurende 25 jaar gaf hij goed samengestelde zeemansgidsen en –vanaf 1666– mooie atlassen uit. Vrij bekend zijn de Zee Atlas en de Atlas ofte Water-Wereld. Bijna alle kaarten hierin waren kopieën van Hendrick Donckers’ zeekaarten.

Sommige van deze atlassen werden in twee verschillende kwaliteiten uitgegeven. Een ongekleurde en een luxe ingekleurde versie. Daarom komen er op de titelpagina twee varianten voor, de één luidt: 'seer dienstig voor alle schippers en stuurlieden, als oock voor alle heeren en kooplieden', de andere versie begint, met 'voor alle heeren en kooplieden' en noemt daarna pas 'alle schippers en stuurlieden'. Ze bevatten zo’n 40 kaarten. In 1670 werd deze atlas door de Engelse cartograaf John Seller, gekopieerd.

Rond 1675 verscheen zijn laatste werk: een vierde en vijfde deel van de Zee-Spiegel, het Brandend Veen. Deze edities waren gewijd aan West-Indië en West-Afrika.

Na zijn dood in 1675 gaven achtereenvolgens zijn weduwe en zijn zoon Hendrik het complete, met drie evenmin originele kaarten uitgebreide werk, nog enkele malen uit.

Zelfs in 2007 verscheen er nog een kaart gebaseerd op het werk van Goos, een uitgave ter gelegenheid van de 400ste geboortedag van Michiel de Ruyter.

Frederik de Wit

Frederik de Wit, ook vermeld als Frederick of Frederico de Witt (Gouda, 1630 – Amsterdam, 1706) was een Nederlands graveur.

In 1648 opende hij in Amsterdam een bedrijf onder de naam "De Witte Pascaert", tevens de naam van zijn huis in de Kalverstraat. Door zijn huwelijk met Maria van der Waag in 1661 kreeg hij het poorterschap van Amsterdam en kon hij lid worden van het boekverkopersgilde St. Lucas.

Vóór 1649 graveerde De Wit al stadsplattegronden van Rijsel en Doornik ten behoeve van Sanderus’ Flandria Illustrata. De eerste door De Wit gegraveerde én gedateerde kaart was die van Denemarken in 1659. Rond 1660 verschenen de wereldkaarten Nova Orbis Tabula in Lucem Edita (ca. 46 x 55 cm) en Nova Totius Terrarum Orbis Tabula, een samengestelde wandkaart van ca. 140 x 190 cm.

De datering van De Wits atlassen en stedenboeken is moeilijk, op de kaarten werd namelijk geen jaartal vermeld en de uitgaven bestreken vele jaren. De atlassen begonnen rond 1670 te verschijnen en de stedenboeken omstreeks 1695. Ook werden er vanaf 1675 zeeatlassen uitgebracht.

De atlas der Nederlanden heette Nieuw Kaertboeck van de XVII Nederlandse Provinciën en telde ruim 20 kaarten.

De stedenboeken van de Nederlanden kenden twee edities, de tweede werd mede met opgekochte koperplaten van de firma's van Willem Blaeu en Johannes Janssonius gedrukt. Voor de stedenboeken van Europa geldt hetzelfde, er werden zelfs nog — inmiddels 100 jaar oude, weliswaar aangepaste — platen van Braun & Hogenbergs Civitates Orbis Terrarum (ook uit de voorraad van Janssonius) gebruikt.

Na zijn dood werden veel van De Wits koperplaten verkocht aan Pieter Mortier, later overgegaan in de firma Covens & Mortier

Claes Janszoon en Nicolaes Visscher

Het huis Visscher was in de 17e eeuw een producent van atlassen en landkaarten.

De stichter van het huis, de Amsterdammer Claes Jansz. Visscher (Latijn: N.J. Piscator) was, behalve een talentvol tekenaar, graveur en etser, ook een van de belangrijkste uitgevers van kaarten, plattegronden, stadsgezichten en prenten.

De gebeurtenissen van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) zorgden voor een overvloed aan onderwerpen voor nieuwe kaarten en prenten. Afbeeldingen van belegeringen, veldslagen, de militaire situatie, de ligging der forten, schansen en liniën waren het journaal van die tijd. Zowel het nieuws in Europa als dat over de verrichtingen van de Nederlanders in Azië en Amerika stond in de prenten centraal. Het huis Visscher zou zich in de toekomst in het uitgeven van oorlogskaarten blijven specialiseren.

Claes Jansz. Visscher (1587-1652)

Claes Jansz. ging rond 1608 in het huis "Op de Kolck inde Visscher" wonen. In het begin lag de nadruk op het versieren van de kaarten van Blaeu en Hondius. Later begon hij zijn eigen drukkerij en startte ook met de productie van kaarten. In 1611 kocht hij een huis in de gerespecteerde Kalverstraat, waar ook belangrijke concurrenten, zoals Hondius en Kaerius, waren gehuisvest. De naam van het huis werd nu: "De Visscher". De winkel zou tot een grote kunsthandel uitgroeien. Hij werd beroemd door zijn zogenaamde “historie-prenten” met typisch Hollandse landschappen en eigentijdse krijgstaferelen. Ook publiceerde hij enkele atlassen en zo'n 200 etsen. Een van de indrukwekkendste voorbeelden is het grote stadsprofiel van Amsterdam uit 1611.

Vanaf 1620 ontwierp hij losse landkaarten waaronder één van de Britse Eilanden. Voor zijn eerste atlas: “Belgium sive Gemania Inferior” uit 1634 gebruikte Claes de door hem in 1623 aangekochte koperplaten van Kaerius' atlas “Germania Inferior” uit 1622. Deze atlas bevatte, naast de kaarten van Kaerius, een reeks oorlogskaarten en een aantal kaarten met de inmiddels bekende mooi versierde omkadering, waarschijnlijk door de uitgever zelf gegraveerd. Deze atlas werd in 1637 en in 1645 heruitgegeven. Een andere atlas van Claes, de "Tabularum Geographicarum Contractarum" van 1649, was gebaseerd op Langenes' "Caert Thresoor". Veel van de door Claes uitgegeven kaarten werden gegraveerd door Abraham Goos. Evenals Johannes Janssonius was ook Claes verwant aan Jodocus Hondius. Hij stierf in 1652 en werd begraven in de Nieuwezijds Kapel.

Nicolaes Visscher I (1618-1679)

Nicolaes was de enige zoon van Claes Jansz.Visscher. Hij werkte al jaren in de zaak van zijn vader en volgde hem na diens dood in 1652 op. In 1677 kreeg Nicolaes, inmiddels een gerespecteerd uitgever, een 15 jarig octrooi van de staten van Holland en West-Friesland voor het drukken en uitgeven van kaarten. Twee jaar later overleed hij en werd begraven in dezelfde kapel als zijn vader.

Atlas-uitgaven Van Nicolaes I waren onder andere:

  • "Atlas Contractus Orbis Terrarum" vanaf 1657.
  • “Germania Inferior” vanaf 1663.
  • “Atlas Minor” vanaf 1675.

Visschers atlassen werden vaak naar wens van de kopers samengesteld (de zogenaamde Atlas Contractus). Zij bevatten over het algemeen geen tekst, alleen soms een gedrukte index. Er werden kaarten gebruikt van andere makers, zelfgegraveerde en bewerkte koperplaten van zijn vader.

Eén van de hoogtepunten in de zeventiende-eeuwse cartografie is de uit meerdere bladen bestaande wandkaart. Een voorbeeld hiervan -uit 1656- is de kaart van Zeeland: “Zelandiae Comitatus novissima Tabula”. Deze bestond uit negen bladen die samengevoegd een afmeting had van 140 x 160 cm. Door middel van het toevoegen van stadsgezichten kon de kaart zelfs nog verder worden vergroot. Deze stadsgezichten werden op hun beurt rond 1660 gebundeld uitgegeven onder de naam: “Speculum Zelandiae”.

Nicolaes I werd opgevolgd door zijn zoon Nicolaes II. Hij verkreeg in 1682-3 een zelfde soort octrooi als zijn vader. Er is een catalogus bekend uit die jaren die veel duidelijk maakt over het soort materiaal die de uitgeverij aanbood. Slechts 10 % bestond uit kaarten, de rest had betrekking op prentwerk. De Visschers zagen hun winkel in de eerste plaats als een kunsthandel, maar er was ook een grote keus aan kaarten voorhanden. De catalogus vermeldt ook de grote wandkaarten waarvan er weinig bewaard zijn gebleven.

Atlas-uitgaven van Nicolaes II:

  • “Atlas Minor” uit 1683.
  • “Germania Inferior” uit 1684.
  • “Stoel des Oorlogs in Nederland” uit 1694.

De “Atlas Minor” was niet zo klein als gelijknamige atlassen uit die tijd. De uitgave was op folio formaat (ongeveer het huidige A4) en bevatte tussen de 60 en 150 kaarten. Wat Visscher’s uitgaven onderscheidt van die van hun concurrenten is hun nadruk op het uitbeelden van de oorlogshandelingen uit die dagen. Nicolaes II kreeg steeds meer kaarten van eigen fabricage tot zijn beschikking en werd minder afhankelijk van de vroegere werken van vader en grootvader. Verouderde Visscher kaarten werden in 1684 bij opbod verkocht. In 1697 werd het octrooi vernieuwd en er kwam onder meer nog een uitgave van de Atlas Minor op de markt. In 1702 stierf Nicolaes II en ook hij werd in de Nieuwezijds Kapel bijgezet.

Zijn weduwe Elizabeth Verseyl nam de zaak over. Verschillende titels werden opnieuw uitgegeven. Een nieuwe verzameling was: “De Stoel des Oorlogs in de Werelt”. Na haar dood in 1726 werd de uitgeverij overgenomen door Andries de Leth. Behoorlijk wat koperplaten kwamen in handen van Pieter Schenk en Carel Allard.

Cartografen uit de 18e eeuw

Johannes Covens en Cornelis Mortier

Johannes Covens en Cornelis Mortier

Het huis Covens & Mortier (1721-1866), de grootste cartografische uitgeverij uit de 18de eeuw werd opgericht door Johannes Covens I (1697-1774) en Cornelis Mortier (1699-1783), op de Vijgendam te Amsterdam.

De samenwerking was ontstaan na de dood van Pieter Mortier (1661-1711), zoon van een Franse politieke vluchteling, die in 1690 het privilege had verkregen om kaarten en atlassen van Franse uitgevers in Holland te verspreiden. Zijn weduwe zette de zaak voort tot aan haar dood in 1719. Haar zoon Cornelis nam, onder zijn vaders naam, de leiding een paar jaar over.

Op 20 november 1721 werd een vennootschap opgericht door Cornelis Mortier en Johannes Covens I Deze laatste was in het zelfde jaar met Cornelis’ zuster getrouwd. Vanaf dat jaar komt men dan ook de naam tegen van:

  • Covens en Mortier.

Hun firma zou in de komende 140 jaar een enorme uitbreiding meemaken. Hun voornaamste concurrenten waren Reinier & Josua Ottens en de firma Valk & Schenk.

Na de dood van Johannes Covens I (1774) kwam zijn zoon Johannes Covens II (1722-1794) in de zaak. Vanaf 1778 kwam er een nieuwe firmanaam:

  • J. Covens & Zoon.

Johannes Covens II werd opgevolgd door zijn zoon Cornelis Covens (1764-1825), die op zijn beurt Petrus Mortier IV, de achterkleinzoon van Petrus Mortier I, in de zaak haalde. De naam luidde vanaf 1794 tot 1866:

  • Mortier, Covens & Zoon.

De laatste Covens in de reeks was Cornelis Jo(h)annes Covens (1806-1880).

Covens & Mortier konden over een grote voorraad atlassen en kaarten beschikken, waaronder die van: Delisle, Jaillot, Johannes Janssonius, Sanson, Claes Jansz. Visscher, Nicolaas Visscher, en Frederik de Wit.

Gedurende tientallen jaren kwam er een indrukwekkend aantal atlassen van de pers. Omstreeks 1725 verscheen bij Covens & Mortier een herdruk van de wereldatlas of ‘Atlas Major’ van Frederik de Wit. De vennoten bezaten de originele koperplaten van die atlas. In 1730 verkocht Pieter van der Aa zijn drukplaten aan Covens & Mortier. In een tweede uitgave werd de naam van deze auteur gewist. Van Allard verscheen een atlas met 56 kaarten. Van 1730 tot 1774 en zelfs later verschenen talrijke uitgaven van G. Delisle's ‘Atlas Nouveau’, in het begin met 43 kaarten en oplopende tot 138 omstreeks 1775. De firma gebruikte hiervoor nieuw gesneden koperplaten. De cartouches waren echter niet zo mooi als op de oorspronkelijke kaarten. Omtrent 1740 verschenen een hele reeks zakatlasjes van verschillende landen, vermeld als ‘très commode pour les Voyageurs’.
Eentje uit die reeks was dat van Sanson ‘Dix–Sept Provinces’. Ook aan de militairen werd gedacht. Voor hen verscheen de ‘Atlas of uitgezogte kaarten tot gemak van officieren om in de zak te dragen’.

De grote atlassen werden vaak op aanvraag samengesteld. Ze bevatten relatief weinig eigen kaarten. In een exemplaar met 742 kaarten tellen we er 63 en in een ander met 352 slechts 6.

Voorbeelden van origineel eigen uitgaven zijn: ‘De Heerlijkheid van Castricum’ uit 1737 en de ‘Nieuwe Kaart van Loenen’ uit hetzelfde jaar.

Ook stedenboeken werden opnieuw uitgegeven. O.a. de merkwaardige ‘Atlas of Groot-Stedenboek van Europa’ die 439 stadsplattegronden bevatte. Er was ook een verzameling van 298 plans en versterkingen. En een reeks van 90, op klein formaat. Een catalogus van de firma uit 1737, bewaard in de Herzog August Bibliothek te Wolfenbüttel, vermeldt 59 wandkaarten van o.a. Blaeu, De Wit en Visscher.

De uitgeverij had de grootste verzameling grafisch werk, ooit te Amsterdam aangeboden.

Isaak Tirion

Isaak Tirion (Utrecht, 1705 - Amsterdam, 1765) was een Nederlands boekhandelaar en uitgever.

Tirion vestigde zich rond 1725 in Amsterdam, eerst aan de Voorburgwal, later in de meer in aanzien staande Kalverstraat. Hij publiceerde een groot aantal boeken, serie-werken en tijdschriften. Hieronder bevonden zich ook vele topografische werken.
Genoemd mogen worden:

  • 'Hedendaagse Historie' of 'Tegenwoordige Staat van alle Volken' in 45 delen.
  • 'Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden' in 12 delen.

Ook gaf Tirion een achttal atlassen uit, waarvan tot ca. 1784 verscheidene edities verschenen. De inhoud daarvan kon variëren van 34 tot 112 kaarten. Eén van die atlassen was de 'Atlas van Zeeland', uitgegeven in 1760, met zeer nauwkeurige kaarten, Zeeuwse stads- en dorpsgezichten en prenten van destijds bekende Zeeuwen.

Er werden van tijd tot tijd ook verzamelingen van kaarten uitgegeven die als atlas konden worden ingebonden, daarbij werd geadviseerd aan zijn klanten om achter in de band extra ruimte over te laten voor eventuele aanvullingen. De atlaskaarten waren op dik papier gedrukt, de kaarten in zijn boeken moesten het doen met dunner materiaal. Voor het maken van de kaarten had Tirion een aantal graveurs in dienst.

Tirion werkte ook in opdracht. De Staten van Holland en West-Friesland vroegen tussen 1754 en 1765 om een groot aantal waterstaatskaarten. Hij hield zich bij deze opdracht uitvoerig met de redactie van het, soms geheime, kaartmateriaal bezig.

Na zijn dood -hij werd begraven in de Westerkerk in Amsterdam- zette zijn weduwe de zaak nog tien jaar voort.


Cartografisch Antiquariaat Edward Wells BV is gespecialiseerd in de aankoop en verkoop van antieke landkaarten en stadsplattegronden van de Nederlanden. De bijzondere collectie houtgravures, kopergravures en etsen omvat de periode van de 15e tot en met de 18e eeuw. Wij verkopen uitsluitend authentieke landkaarten en stadsplattegronden.


 
 

{Home}  {Over}  {Voorwaarden}  {Contact}  {Historische Cartografie}  {Cartografen}  {Technieken} {Links}

© 2005 edward-wells.nl